Ademhalingsbescherming
Ademhalingsbescherming maakt het mogelijk om lucht in te ademen die vrij is van gevaarlijke stoffen. Deze vorm van bescherming kan op de werkvloer noodzakelijk zijn als aanvullende maatregel, wanneer collectieve bronmaatregelen onvoldoende effectief blijken.
Ademhalingsbescherming (PBM) voor medewerkers is noodzakelijk om letsel of gezondheidsrisico’s te voorkomen bij een slechte luchtkwaliteit of gevaarlijke stoffen. Gecertificeerde adembescherming voorkomt het inademen van schadelijke gassen, dampen, biologische agentia, virussen, micro-organismen, fijnstof, schadelijke deeltjes, vezels, nevel, aerosolen of bij een te laag zuurstofgehalte.
Ademhalingsbescherming in de praktijk
Werkgevers zijn bij wet verplicht om ademhalingsbescherming (PBM) te verstrekken indien medewerkers zich bevinden in een omgeving waarvan de lucht niet geschikt is om in te ademen. Het is van essentieel belang dat het type bescherming exact wordt afgestemd aan de risico’s waaraan medewerkers worden blootgesteld. Vaak is een combinatie van adembescherming en andere PBM’s noodzakelijk.
Er zijn verschillende soorten producten voor ademhalingsbescherming verkrijgbaar. Deze producten zijn onder te verdelen in twee soorten; afhankelijke of onafhankelijke adembescherming. Bij afhankelijke ademhalingsbescherming wordt de ingeademde omgevingslucht gezuiverd met behulp van een filter. Bij onafhankelijke ademhalingsbescherming wordt zuivere lucht aangevoerd en ingeademd met behulp van ademhalingsapparatuur.
Afhankelijke adembescherming
Bij afhankelijke adembescherming wordt directe omgevingslucht gefilterd en daarna meteen weer ingeademd. Dit kan met verschillende soorten maskers en type filters.
Filtermaskers
Er zijn verschillende soorten filtermaskers. Zo bestaan er filterende mond-neusmaskers tegen deeltjes en tegen gassen en dampen, al dan niet in combinatie.
Daarnaast zijn er halfgelaats- en volgelaatsmaskers met verwisselbare filters die beschermen tegen deeltjes en/of gassen en dampen.
Stofmaskers
Stofmaskers bieden uitsluitend bescherming tegen vaste stofdeeltjes, vezels, micro-organismen, nevels en aërosolen (zwevende druppeltjes en stofjes).
Half- en volgelaatsmaskers worden altijd gebruikt in combinatie met filterbussen tegen deeltjes, tegen gassen of dampen of tegen een combinatie van beide.
Losse filters
Er zijn drie typen filters: stoffilters, gasfilters en combinatiefilters. Stoffilters beschermen alleen tegen vaste en vloeibare deeltjes.
Gasfilters beschermen tegen gassen en dampen, met uitzondering van koolmonoxide. Combinatiefilters beschermen tegen zowel gassen en dampen als tegen deeltjes.
Motoraangedreven systemen
Dit zijn systemen waarbij de lucht niet wordt aangezogen door de gebruiker zelf maar met behulp van een actieve ventilator wordt aangevoerd.
Dit werkt comfortverhogend en biedt bovendien de mogelijkheid om te werken met luchtkappen en luchthelmen.
Onafhankelijke adembescherming
Onafhankelijke adembescherming maakt geen gebruikt van omgevingslucht maar van afgesloten luchtcapsules, dit garandeert de luchtkwaliteit. Er zijn situaties waarbij het absoluut noodzakelijk is om onafhankelijke adembescherming te gebruiken:
Bij onvoldoende zuurstof, bij kans op vermindering van het zuurstofgehalte zoals bijvoorbeeld in een besloten ruimte, bij aanwezigheid van stoffen waarvoor speciale regelgeving geldt, als de aanwezige stof geen geschikte waarschuwingseigenschappen heeft, of als de verontreiniging te groot is.
Er zijn drie principes van onafhankelijke adembescherming:
Ademluchttoestel
Deze werken met ademlucht onder hogedruk in flessen, waarbij de lucht gedoseerd naar behoefte in het masker wordt gebracht. Dit is de veiligste methode voor het werken in zuurstofarme ruimten.
Met een ademluchttoestel heeft de gebruiker optimale bewegingsvrijheid, maar een beperkte tijd om te werken. Het werken met deze toestellen mag alleen als de gebruiker hiervoor getraind is.
Aansluiting op een ademluchtleidingnet
Bij het werken met een ademluchtleidingnet wordt schone lucht naar de gebruiker gevoerd via een leidingnetsysteem.
De tijdsduur van werken is bij deze methode in principe onbeperkt. Wel is de gebruiker beperkt in bewegingsvrijheid omdat de lengte van de luchtslang de actieradius bepaalt.
Kringloopademtoestel (zuurstofgenererend)
Deze kunnen ook gebruikt worden als vluchtmasker.
Het bepalen van de juiste ademhalingsbescherming
Om de juiste bescherming te kunnen waarborgen mag adembescherming pas gebruikt worden nadat men een volledige risicoanalyse gemaakt heeft (inclusief de noodzakelijke metingen). Nadat alle andere maatregelen genomen zijn, kan men de ademhalingsbescherming kiezen en gebruiken, aangepast aan de resterende risico’s. Informatieverschaffing en opleiding moet op de juiste manier gebeuren zoals aangegeven in de wetgeving.
Voor herbruikbare maskers moeten onderhouds-, reinigings- en opslagprogramma’s worden opgezet. Hieronder wordt een eenvoudig programma voor ademhalingsbescherming beschreven. Om een doeltreffend ademhalingsbeschermingsprogramma in te voeren, moeten vier basisstappen worden gevolgd.
Soorten gevaarlijke stoffen
Stof
Ontstaat als een vast materiaal verpulverd wordt en kleine deeltjes vrijkomen die door de lucht zweven voordat ze door de zwaartekracht neerdalen. Stof ontstaat onder andere bij malen, verpulveren, boren, stralen en schuren.
Nevels
Bestaat uit vloeibare deeltjes die vrijkomen bij verstuivings- en condensatieprocessen. Nevels ontstaan bijvoorbeeld bij verfspuiten, mengen en schoonmaakoperaties.
Rook
Ontstaat wanneer een vast materiaal verdampt onder hoge temperatuur. Als de metaaldamp afkoelt, condenseert het naar een zeer klein deeltje met een diameter kleiner dan 1 micrometer. Rook ontstaat o.a. bij lassen, smelten en gieten.
Gassen
Zijn bestanddelen die zich net als lucht vrij vermengen in een ruimte (diffusie). Voorbeelden van gassen zijn zuurstof, koolmonoxide, kooldioxide, stikstof en helium.
Dampen
Zijn de gassen van substanties die bij kamertemperatuur in vloeibare of vaste toestand voorkomen. Ze ontstaan als vaste materialen of vloeistoffen verdampen. Benzine is een voorbeeld van een vloeistof die makkelijk verdampt. Andere voorbeelden zijn verdunners en oplosmiddelen.
Zuurstoftekort
Treedt op als het percentage zuurstof in de lucht afneemt tot minder dan 19,5%. Dit kan veroorzaakt worden door een chemische reactie, een brand of wanneer andere gassen de zuurstof verdringen.
Stofmaskers en -filters
Deze filters zal men gebruiken wanneer men te maken heeft met stof, nevel, rook en vezels. De manier van filtering kan vergeleken worden met die van een zeef. Hoe fijner de zeef hoe beter de filtering. Nadeel van een zeer goede filter is dat de gaatjes waardoor de gebruiker moet ademen kleiner zijn en dat men dus meer moeite moet doen om te ademen. De ademhalingsweerstand is dus groter bij een fijne filter dan bij een grove.
- Filterklasse 1 (FFP1/P1) - Filterefficiëntie van minimaal 80% en biedt bescherming tegen grote vaste deeltjes zonder specifieke toxiciteit (calciumcarbonaat).
- Filterklasse 2 (FFP2/P2) - Filterefficiëntie van minimaal 94% en biedt bescherming tegen vaste en/of vloeibare aerosolen die geïdentificeerd zijn als gevaarlijk of irriterend (silica - natriumcarbonaat).
- Filterklasse 3 (FFP3/P3) - Filterefficiëntie van minimaal 99% en biedt bescherming tegen toxische vaste en/of vloeibare aerosolen (beryllium - nikkel - uranium - exotisch hout).
De grenswaarde is de maximaal toegestane concentratie van een (gevaarlijke) stof in de individuele ademhalingszone van een werkende. De stof kan voorkomen als gas, damp, deeltje, aerosol of vezel. Onderstaande tabel geeft de grenswaarde weer van een specifieke filter (P1, P2 of P3) in combinatie met een half- of volgelaatsmasker. Er mogen uitsluitend filters met een max. gewicht van 300 gram worden gebruikt op kwart- en halfgelaatsmaskers. Er mogen uitsluitend filters met een max. gewicht van 500 gram worden gebruikt op volgelaatsmaskers.
- P1 - halfgelaatsmasker 4x grenswaarde / volgelaatsmasker 5x grenswaarde
- P2 - halfgelaatsmasker 10x grenswaarde / volgelaatsmasker 16x grenswaarde
- P3 - halfgelaatsmasker 50x grenswaarde / volgelaatsmasker 1000x grenswaarde
Stofmaskers en filters kunnen extra letters (codes) bevatten: D, R, NR en V. De betekenis van deze vermeldingen wordt hieronder uitgelegd.
- D (dolomiettest) - Het stofmasker of filter heeft een dolomiettest ondergaan en is geschikt bevonden voor gebruik binnen meerdere shifts/ploegendiensten binnen één dag.
- R/NR (reusable/non-reusable) - ‘R’ (reusable) betekent dat het gereinigd en hergebruikt kan worden. Maskers of filters met de code ‘NR’ (non-reusable) zijn niet herbruikbaar en maximaal 8 uur inzetbaar.
- V (valve) - Het stofmasker is uitgerust met een uitademventiel (valve), wat het comfort verhoogd.
Damp- en gasfilters volgens EN 14387
Deze filters worden ingezet ter bescherming tegen gevaarlijke gassen en dampen. Om te bepalen welk type filter nodig is voor de stof waarmee u te maken heeft, geeft onderstaande indeling de specifieke beschermingsfilters volgens EN 14387 weer. De kenmerken (letters) en kleuren worden weergegeven op de betreffende filter.
Een filter met de gele kleurcode en het label "E" bijvoorbeeld, beschermt tegen zwaveldioxide en waterstofchloride. Gasfilters die verschillende gassen afdekken, of combinatiefilters die extra bescherming bieden tegen deeltjes, hebben dus verschillende kleurcodes en een samengesteld label. Een voorbeeld is een ABEK-filter met de kleurcode bruin-grijs-geel-groen.
Het beschermt tegen gassen en dampen van organische verbindingen met een kookpunt hoger dan 65°C, anorganische gassen en dampen en tegen zwaveldioxide, waterstofchloride, ammoniak en organische ammoniak derivaten.
A-filter (bruin)
Organische gassen en dampen met een kookpunt hoger dan 65°C
AX-filter (bruin)
Organische gassen en dampen met een kookpunt lager dan 65°C
B-filter (grijs)
Anorganische gassen en dampen
E-filter (geel)
Zwaveldioxide en waterstofchloride
K-filter (groen)
Ammoniak en organische ammoniak derivaten
CO-filter (zwart)
Koolstofmonoxide
Hg-filter (rood)
Kwikdamp
NO-filter (blauw)
Nitreuze gassen en dampen, waaronder stikstofmonoxide
Filters worden verdeeld in verschillende klassen volgens hun capaciteit. Gas- en dampfilters uit klasse 2 kunnen voor langere tijd of bij hogere concentraties gebruikt worden dan filters uit klasse 1. De klasse van een deeltjesfilter geeft aan hoe efficiënt het filter deeltjes filtert (bv. A1 of A2).
- Filterklasse 1 - Concentratie van schadelijk gas in de lucht - 0,1 vol.% (1000 ppm)
- Filterklasse 2 - Concentratie van schadelijk gas in de lucht - 0,5 vol.% (5000 ppm)
Gecombineerde gasfilters bv. A2B2E2K1, zijn als filter voor meerdere gasgroepen goedgekeurd, maar in principe bedoeld om voor slechts één gasgroep tegelijk te worden ingezet. Bij gelijktijdig en opvolgend gebruik tegen meerdere gas- of dampsoorten kunnen er ongewenste chemische reacties in de filters optreden.
Bij gebruik van gasfilters op een motor aangedreven systeem verandert de opnamecapaciteit. Deze toestellen zuigen immers een vrij groot debiet aan lucht door de filters, waardoor deze sneller verzadigen.
Combinatiefilters
Dit zijn filters die zowel bescherming bieden tegen gas/damp als tegen stof. De filterindeling en kleurencode blijft dezelfde als bij de damp- en gasfilters. Bij symptomen van verzadiging van één van de twee filtersoorten (stof of gas) dient men de combinatiefilter onmiddellijk te vervangen.
Onderhoud en levensduur van gasfilters
Bij verzadiging zal de gebruiker de verontreiniging door reuk of smaak waarnemen, de filter moet dan onmiddellijk vervangen worden.
Voorwaarde hierbij is dat de doorslagconcentratie die door reuk waarneembaar is dus, onder de grenswaarde ligt.
Wanneer men het product niet kan ruiken of proeven, mag men dus in geen geval damp- en gasfilters gebruiken.
Factoren die de levensduur van een filter beïnvloeden
Bij verzadiging zal de gebruiker de verontreiniging door reuk of smaak waarnemen, de filter moet dan onmiddellijk vervangen worden. Voorwaarde hierbij is dat de doorslagconcentratie die door reuk waarneembaar is dus, onder de grenswaarde ligt. Wanneer men het product niet kan ruiken of proeven, mag men dus in geen geval damp- en gasfilters gebruiken.